Kies periode

Geschiedenis

Met grote zorg samengesteld kunt u de geschiedenis tijdslijn bekijken van duikmaterialen die gebruikt werden tijdens deze periodes. Vele van deze materialen zijn te bewonderen in ons museum.

voor Chr.

tot

De naakte duiker

De huidig ontwikkelde mens neemt aan dat in de prehistorie, miljoenen jaren geleden, toen harige wezens uit de bomen neerdaalden om rechtop te gaan lopen, de mensheid is ontstaan. Hierbij ontstond gelijk de vraag naar gevarieerder voedsel. We kunnen gerust aannemen dat de eerste mens werktuigen heeft gemaakt om al die lekkernijen uit die raadselachtige zee te halen. Bij het lopen langs de rivierbeddingen, stranden en rotskusten zal men ongetwijfeld aan hun voeten, allerlei eetbare schelp- en schaaldieren zijn tegen gekomen. Zo is de interesse ontstaan in al wat onderwater leeft en beweegt. Gewoon uit pure noodzaak.

Sponsduiker. voor chr.

Het is bekend dat men een paar duizend jaar geleden, in de middellandse zee naar sponzen dook. In India en de Pacific waren het parels en in Japan verzamelde de duiker zeewier en schaaldieren. Om geen tijd te verliezen liet men zich met een gewicht naar de bodem zakken, om dan op de tast het gewenste te verzamelen. Als gewicht gebruikte de duiker een zware steen, later met een schuine kant om tijdens de afdaling te sturen.

Glas maakte het mogelijk van tevoren de bodem te verkennen. Ofschoon men in de Filippijnen 50 jaar geleden nog houten duikbrillen met een piepklein stukje glas maakte is er niets bekend over het gebruik van duikbrillen in de oudheid.

In Japan en Griekenland was het duikersvak een traditie. Men dook naar dieptes tot ruim 20 meter en een gemiddelde duik duurde anderhalve minuut. Het gebeurde nogal eens dat duikers boven kwamen met bloed uit mond en oren. Ook het vroegtijdig sterven van duikers werd beschreven. Het leek erop dat bepaalde familie’s aangeboren talenten hadden. Vooral Japanse vrouwen hielden het duiken lang vol en werden ook oud.

Voor het opduiken van kostbaarheden waren vooral de duikers van Rhodos Befaamd. Er is zelfs beschreven welk deel van de kostbaarheden de duiker kreeg bij een bepaalde diepte.

Er is ook meer bekend over de marine duiker. Rond de Middellandse zee werden bij elke oorlog duikers ingezet voor sabotage. Bij de Spaanse vloot had men zelfs duikers aan boord.

Voorbeelden van duikers in de oudheid zijn:

  • Herodotus schreef over een beroemde duiker Syllias. Deze was gehuurd door Xerses in 460 v.c, om de kostbaarheden uit Perzische wrakken op te duiken.
  • Alexander de Grote liet duikers versperringen opruimen bij de belegering van Tyre in 333 v.c.
  • Thucydides deed hetzelfde bij het belegeren van Syracuse 215-212 v.c.

van

tot

Helmduiker, Leonardo da Vinci, 1452-1519

Een leren helm die met een ademslang verbonden is, wat aan de bovenkant bevestigd is met een kurk en aan de wateroppervlakte blijft drijven. De helm is voorzien van speerpunten, die de duiker kon beschermen tegen onderwatermonsters. Dit ontwerp is uiteraard nooit in praktijk toegepast. Leonardo had dit alleen op papier staan.

Duikerklok met luchtverversing. 1500

De eerste duikerklokken verschenen omstreeks 1500

De eerste duikerklokken verschenen omstreeks 1500 en dit waren gedurende lange tijd de enige duiktoestellen die met succes voor allerlei werkzaamheden werden ingezet. Vooral voor bergingswerkzaamheden waren de duikerklokken zeer geschikt. Zo werden van de beroemde ‘Wasa’ die op haar maidentrip bij Stockholm zonk, bijna alle kanonnen door klokduikers geborgen. Het principe is gelijk aan de torenklok met luchtbel, maar nu is er een methode aan toegevoegd waarmee de lucht in de klok kan worden ververst. Dit luchtverversen gebeurde doormiddel van luchtslangen naar de oppervlakte. Aan de oppervlakte stond een blaasbalg en iemand die deze in beweging hield. Een ander verschil met de torenklok is dat er onder de duikerklok (in het Engels genaamd bel) een groot en zwaar gewicht hangt om het kantelen van de duikerklok tegen te gaan. Dit gebeurde nogal eens bij de torenklok.

Voor meer informatie over duikerklokken, klik op Duikerklok in het menu.

van

tot

Onderwaterberging, Diego Ufano 1628

Diego Ufano laat een duiker zien, die een kap van bewerkte koeienhuid draagt, die van hoofd tot middel gedragen wordt. De ademslang was aan de helm bevestigd en werd door een varkens- of een runderblaas boven water gehouden. De duiker kon alleen ademen wanneer hij niet dieper ging dan een paar meter

In 1998 werd door het Deens Archeologisch Museum een reconstructie gemaakt van een middeleeuwse helm.

Over de hele wereld werden duikmaterialen ontworpen.

Overal in de ontwikkelde wereld werden op verschillende plaatsen en tijdstippen uiterst verschillende duikmaterialen ontworpen. Zo werd in het ene land een helm gefabriceerd van koeienhuid gelijktijdig werd in een ander land duikhelmen gefabriceerd van metaal.

Giovanni Borelli 1608-1679
Dit is de kikvorstman uit het verleden. De duiker heeft een heus pak aan, dat uit geitenleer zorgvuldig op het lichaam toegesneden was. Zijn hoofd werd beschermd door een metalen helm met zichtvenster.

van

tot

John Lethbridge

De Engelsman John Lethbridge ontwierp in het jaar 1715 een duiktoestel met waterdichte leren machetten. Door deze machetten kon de ‘duiker’ zijn armen steken en de nodige premitieve onderwaterwerkzaamheden uitvoeren. Door het drukverschil aan de binnenzijde van het apparaat ten opzichte van het omliggende water kon nooit een grote diepte worden bereikt. Toch wist de ontwerper een grote zilverschat te bergen.

Klingerts Duikuitrusting 1797

Een van de eerste duikapparaten

Een van de eerste duikapparaten, die werkelijk gebruikt werden Hij werd door de Duitser Klingert uitgevonden en in de Oder uitgeprobeerd. De druk van de lucht in het reservoir werd constant met de druk van het water gehouden.

Shalow Water Helmet
De eerste metalen helmen waren vrij primitief, als het ware een zinken emmer met een raam. Om volgens de wet van Archimedes de opwaartse kracht op te heffen werd er onderaan de ‘helm’ gewichten gehangen. Door een eenvoudige luchtslang werd in de ‘helm’ een overdruk gecreerd. De lucht die in de helm gepompt werd was afkomstig uit een blaasbalg die bijvoorbeeld de hoefsmid ook gebruikte.

van

tot

Brize-Fradin Apparaat 1808

Dit apparaat wordt beschreven als een van de voorgangers van de ademapparaten. De duiker zat opgesloten in zijn pak. In een blik op zijn rug, droeg de duiker zijn luchtvoorraad.

De Trito, Frederic de Drieberg 1809

De duiker krijgt lucht van boven door bij het bewegen van zijn hoofd zet hij een systeem van stangen in werking.

De Koperen Helm

De industriele revolutie bracht nieuwe materialen en metalen voort. Door koper, staal en rubber was het mogelijk zeer werkbare duikpakken te vervaardigen. Het rubber maakte een excellente waterdichtheid mogelijk. Zo konden diepten van 250 voet bereikt worden.

Duikpak gebroeders Carmagnolle 1882

Dit zware apparaat van de broers Carmagnolle uit Marseille werd nooit gebruikt en bevindt zich vandaag de dag in het Maritiem Museum Parijs.

Rouquayrol-Denayrouze-apparaat 1860-1865
Op de rug van de duiker bevindt zich een cilinder, die per pomp met lucht gevuld werd. De luchtdruk in de cilinder werd op 25 tot 40 atmosfeer gehouden en met de hand gereguleerd. Het is het eerste apparaat met “regulator”. Het principe werd door Cousteau en Gagnan in 1943 overgenomen.

van

tot

Siebe Gorman

Siebe Gorman twee-cillinder dubbelwerkende roterende handpomp 1920. Aan de pomp zitten twee loodzware gietijzeren vliegwielen met een lange handspaak. De pomp is geschikt voor twee duikers tegelijkertijd op verschillende dieptes tot 15 m, of een duiker tot 30 meter. De bewegende delen moeten regelmatig handmatig gesmeerd worden. De zuigers zelf worden spaarzaam gesmeerd met glycerine of dergelijke om te voorkomen dat de rubberen luchtslang wordt aangetast. Bij gebruik door een duiker word de linkeraansluiting gebruikt. Voor werk op geringe diepte kan een een cilinder worden uitgeschakeld (gepatenteerd systeem). Twee mensen om te draaien zijn dan wel voldoende.

De zware vliegwielen ong. 70kg. zorgen voor een constante snelheid ook als een van de draaiers even wat minder kracht zet. Het gewicht van de duiker is immers afhankelijk van de hoeveelheid toegevoerde lucht. Bij diepere duiken wordt de tweede cilinder ingeschakeld. Het kan dan noodzakelijk zijn om met zes man tegelijk te draaien. Als het lang duurt moeten deze ook afgelost kunnen worden, even stoppen is natuurlijk niet mogelijk.

Er ontstaat aardig wat warmte in de cilinders. Deze moeten dan gekoeld worden omdat er anders volumeverlies ontstaat. Dit wordt gedaan door middel van waterbakken die rond de cilinders zijn gebouwd. De vier ringen aan de pompkist worden gebruikt om de pomp te sjorren tijdens het gebruik. Als er een paar man aan de wielen staan te draaien gaat anders de hele pomp over het dek ‘wandelen’. Met enige ervaring kun je op de ingebouwde meters nauwkeurig zien hoe diep de duiker zit. Bij de pomp horen tabellen, waarop te zien is, hoeveel omwentelingen per minuut er nodig zijn om de lucht voor de duiker voldoende vers te houden. Door de oerdegelijke en eenvoudige constructie is een dergelijke pomp na stilstand van jaren nog goed te gebruiken.

Telefoon voor twee duikers (Brits marine model). 1920

Al voor de 19e eeuw was er behoefte aan communicatie met de duiker onder water. Vooral op grotere dieptes en met bergingswerk, waren de lijnsignalen niet meer voldoende. Een korte tijd werd nog gewerkt met een soort rubberen spreekbuis maar de duiker werd er teveel door gehinderd. De uitvinding van de telefonie bracht een nieuwe mogelijkheid. De elektrotechniek stond nog in de kinderschoenen. Het elektronisch versterken nog niet was uitgevonden. Daarbij maakte het lawaai van de luchttoevoer in de helm de verstaanbaarheid niet eenvoudig. Op dit punt waren er diverse persoonlijke voorkeuren zoals;

  • keelmicrofoons,
  • koptelefoons die in een soort pilotenkapjes van linnen waren genaaid en microfoons boven in de helm.

De stekkers aan de helm en telefoontoestel lijken absurd groot (vooral als je ze openmaakt), maar voor die tijd was het een enorme prestatie. Door het hoge stroomverbruik van dit toestel waren de batterijen van toen niet toerijkend genoeg om voortdurend contact te houden. Als iemand iets wilde zeggen moest er eerst verbinding gemaakt worden. Als een duiker iets wilde zeggen drukte hij op het kincontact in de helm. Voor de ene duiker ging er dan boven een zoemer en voor de andere een bel. De duikerhelper boven kon dan verbinding maken. Hij kon ook beide duikers met elkaar verbinden. Het was mogelijk de gesprekken op een aparte lijn zetten zodat alleen hij kon meeluisteren.
De communicatieset is verpakt in een teakhouten kistje.

Het standaardpak van Siebe Gorman

Het standaardpak van Siebe Gorman met 12 bouts helm 1940. Dit soort duikpakken waren een doorbraak in de duikwereld. Op eenn eenvoudige manier kan een duiker aangekleed worden, en vrijwel onbeperkt onder water blijven. Temperatuur en luchtvoorziening worden hiermee beheersbaar. Door de uitgekiende gewichtsverdeling van de uitrusting, kan een duiker bijna normaal over de bodem lopen en zijn werk doen. Zijn gewicht kan hij binnen ruime marge zelf regelen Hij kan zich ook zwevend of drijvend trimmen, zodat er bijv. aan een scheepsschroef gewerkt kan worden.

Helm

De inlaatklep
De inlaat aan de helm is voorzien van een nauwkeurig sluitende terugslagklep. Wanneer deze klep ontbreekt of niet goed werkt, wordt de duiker in zijn helm geperst, als bijvoorbeeld de luchtslangkoppeling bij de pomp loswerkt. Al op een geringe diepte is dit fataal.

De uitlaatklep

Met het kartelwieltje aan de buitenkant kan de duiker de luchtdruk in zijn pak instellen, en daarmee het drijfvermogen. In de helm, bij het rechteroor, zit een soort messing paddestoel. Als de duiker extra lucht kwijt wil (zwaarder worden), maar zijn handen vol heeft, kan hij daarmee de klep opendrukken. In het midden van het kartelwieltje aan de buitenkant steekt de klep-as iets uit. Als de duiker tijdens het telefoneren het geluid van de ontsnappende lucht wil stoppen, drukt hij hiermee de klep dicht. Ook bij ‘vrij opkomen’ wordt dit gebruikt. Rond de klep is een soort kamertje gesoldeerd, waarin het eventuele lekwater wordt verzameld, en bij de eerstvolgende ontlasting naar buiten geblazen. Het gebruiksgemak van deze uitrusting wordt voor een groot deel bepaald door het juiste gebruik van deze klep.

Onderzeeboot-ontsnappingsset. 1940

Amerikaans type gebasseerd op het rebreath systeem.

Voorkraantje

Meestal ‘spuwkraantje’ genoemd. In principe bedoelt om een mondvol water op te zuigen, en dat tegen een beslagen glas te spugen. Alleen een duiker met een lange nek, kan er met zijn mond bij komen. Voor onderzoek werden via dit kraantje luchtmonsters genomen. In de praktijk werd dit kraantje nauwelijks gebruikt.

Drager rookrebreather. 1950

Het allereerste rebreatherprincipe (rebreather=herademen). Deze werd gemaakt voor brandweerlieden om zich in rokerige ruimtes te verplaatsen. Er is ook een speciale versie voor onderwater. Het is wederom een herademingssysteem met zuivere zuurstof. Het systeem bestaat uit een volgelaatsmasker, een in- en uitademende slang, een contralong met een hoge- en lagedruk reduceer en een CO-2 absorptiebus, uiteraard ook een zuurstofflesje.

Slangverzorgde duiker, Dreager. Jaren ’50 – ’74

6 Bouts standaard pak van Siebe Gorman. 1955

Deze helm is in gebruik geweest bij de firma Goedkoop te Amsterdam, die toentertijd 6 van deze uitrustingen in gebruik had. Het ‘standaardpak’ zoals dit pak in de volksmond wordt genoemd, heeft de volgende onderdelen:

  • De lederen schoenen met houten binnen- en loden buitenzolen. Ze wegen 8 kg per stuk.
  • De duiker draagt een riem met daaraan een mes in een messing schede.
  • In de schede zit een soort bladveer, waardoor het mes enigszins klemt, zodat het er niet gemakkelijk uit valt als de duiker ondersteboven gaat.
  • Het voor- en achterlood, 40 lbs per stuk, worden met een z.g. kruisriem, tussen de benen door, aan elkaar gegespt. Hiermee wordt voorkomen, dat bij een snelle opstijging, de helm van de schouders wordt getild door uitzettende lucht.
  • Het pak is gemaakt van twee lagen speciaal geweven canvas (twill) met daartussen een dun laagje rubber.
  • De manchetten zijn van natuurrubber en leverbaar in een (ruime) polsmaat, zodat de handen er, met wat groene zeep, gemakkelijk doorheen kunnen glijden. De meeste duikers moeten dan ook van z.g. polsringen gebruik maken om hun pak waterdicht te krijgen.
  • De rubberen kraag van dit type pak heeft een ruime instap, de zes gaten erin corresponderen met de bouten op het corselet.

Er zijn helmen gemaakt van 0 tot en met 12 bouten.

De zes bouts uitvoering, was het meest succesvol; hij werd wereldwijd gebruikt en nagemaakt. Deze uitrusting maakte het mogelijk een duiker, in enkele minuten, veilig droog en comfortabel onder water te krijgen. Door de slimme en toch eenvoudige constructie,kan de duiker zelf het onderhoud en reparatie doen, eventueel met behulp van een lokale koperslager. Boven water is het standaardpak niet zo mobiel en inzetbaar als een moderne uitrusting, maar eenmaal op de bodem zou een geoefende duiker er nog prima zijn werk mee kunnen verrichten. 

GKS 3 M, Russische 3 bouts helium-helm. ’55 – ’82 

Engels Standaardpak 6 bouts met luchtborstgewicht, Siebe Gorman & Co LTD. ’50 ’70GKS 3 M, Russische 3 bouts helium-helm. ’55 – ’82

Engels Standaardpak 12 bouts, Siebe Gorman & Co LTD. ’40 – ’70

van

tot

Russische drieboutshelm. 1960

Russische drieboutshelm met telefoonaansluiting, een bovenbeugel, en voorzien van een lasglas, 1960. De ontlastklep aan de rechter achterzijde was niet in te stellen. Dus de duiker was afhankelijk van zijn drijfvermogen, bepaald door degene die boven aan de pomp stond.

Russisch standaardpak UVS 50 M1960

De werking van dit Russische standaardpak, is gelijk aan die van Siebe Gorman. Voor- en achterloden, loodschoenen en een eenvoudig in te stellen ontlastklep. De helm en de aansluiting op het pak op zijn iets anders. De Russen hebben zich overigens net als alle duitse fabrikanten laten inspireren door de franse Denayrouze helmen, dat waren namelijk de eerste driebouts helmen. De duitse firma ‘Ludwig von Bremen’, (later Hagenuk genoemd) kregen een licentie van Denayrouze waarmee ze de helmen mochten bouwen. De Russen doken ook met Denayrouze helmen en zijn die (voor zover wij weten zonder licentie) rond 1900 ook gaan nabouwen. Later is de vorm van de helmen een beetje verandert, de bol is nogal Siebe Gorman achtig geworden, deze uitvoering van de russische helm (zoals u op foto kunt zien) is tijdens de tweede wereldoorlog ontstaan en wordt nogsteeds gebouwd.

Om het pak aan te trekken, moet de duiker zich door de nauwe halsopening wurmen. Om deze wijder open te trekken heb je een speciaal apparaat op perslucht nodig, of een 3 of 4 helpers. Als de duiker in het pak zit, en het corselet om heeft, moet de rubber kraag door de nekopening worden getrokken. Met drie bouten wordt dan de helm, met de kraag ertussen, vastgeschroefd en waterdicht afgeklemd. De beugel aan de bovenzijde is handig om de helm mee op te pakken. Of je er een complete duiker veilig mee kan ophijsen, moet worden betwijfeld. Voor het uiterlijk hadden de Russen weinig interesse.

Siebe Gorman 6 bouts helm. 1960

In gebruik geweest bij de Koninklijke Marine.

Het bijzondere aan deze helm zijn de veranderingen die de Kon. Marine heeft laten aanbrengen. Toegevoegd zijn het bovenglas in de helm en een luchtborstgewicht met de aansluiting op het corselet. Tevens zijn de gezamenlijke ophangpunten aan de voorkant van het corselet, voor het voor- en achterlood, vervangen door vier ogen. Deze dienen, om de van musketon haken voorziene loden, aan op te hangen. Aan de voorzijde zitten twee lijnen waarmee de luchtslang en of telefoonlijn kan worden opgebonden. Aan de achterkant van de helm zien we een palletje dat na het vastdraaien van de helm tussen twee nokjes op het corselet moet vallen. Dit is de positie waarbij schroefdraad van helm en corselet optimaal wordt benut. Tevens moet men in deze stand de helm zwaar over de lederen pakking heen draaien. Door de helm iets terug te draaien valt de pal in de linker uitsparing en is dan geborgd. Aan de zijkant van de helm zitten twee haken die bedoeld zijn om er de touwtjes van het achterlood over heen te hangen. Hierdoor was dan de helm geborgd tegen losdraaien. Ook had de duiker door dit systeem de mogelijkheid zelf zijn loden af te gooien of door te snijden zodat hij vanzelf opdreef ook als de luchttoevoer was gestopt. Door het gebruik van vier ogen op het corselet konden beide mogelijkheden niet meer toegepast worden.

Luchtborstgewicht

In plaats daarvan kwam het luchtborstgewicht. Deze geeft de duiker de mogelijkheid zich op te blazen bij problemen met de luchttoevoer van boven af. Het luchtborstgewicht is een zeer klein, met 200 atm. lucht gevuld, dubbelsetje (1,2L.). De flesjes zijn geplaatst in een zware gietijzeren huls om het gemis van het voorlood te compenseren. Op het corselet zit een aansluitnippel met terugslagklepje. Het luchtborstgewicht werd door de Fa. Drager geleverd en de aansluitnippel door Siebe Gorman. Bij de civiele duikers was het luchtborstgewicht niet populair. Door de omvang ervan, werd de duiker n.l. gehinderd, tijdens zijn werkzaamheden.

Kraagkussen

Door een ervaren ploeg helpers kan een helmduiker in enkele minuten aan of uitgekleed worden. De bedoeling moet zijn dat de duiker zolang hij boven water is zo kort mogelijk hinder heeft van loodzware duikuitrusting. Bij een minder goede ploeg, of als er veel korte duiken gemaakt moeten worden, krijgen de schouders van de duiker het zwaar te verduren. In een dergelijke situatie kan de duiker gebruik maken van een soort ringkussentje. Eenmaal onder water, mits goed getrimt, voelt de duiker de helm niet meer.

Het standaard duikpak

Voordat men rubber kon toepassen was het niet mogelijk een duiker waterdicht te verpakken zodanig dat hij ook nog werk kon doen onder water. De eerste goede pakken werden gemaakt van twee lagen twill (soort canvas weefsel) met daartussen natuurrubber. Het pak heeft een dubbele kraag. De buitenkraag is van gevulkaniseerde natuurrubber en sluit aan op het corselet en de daarop gemonteerde bouten. De binnenkraag, van hetzelfde materiaal als het pak, houdt het eventuele lekwater uit de helm weg van de kleding van de duiker. De manchetten, ook van natuurrubber, moeten nauwkeurig om de pols van de duiker passen.

Luchtslangen

De luchtslangen zijn zowel in drijvend (rood) als in zinkende (zwart) uitvoering gemaakt. De slangen werden handmatig gemaakt in lengtes van 15m.

Telefoonlijn
Ook de telefoonkabels werden handmatig gevulkaniseerd ze waren voorzien van vier draden en een fosforbronzen kern. Deze kern had voldoende treksterkte om een duiker uit het water te kunnen tillen. Fosforbrons was indertijd het enige roestvrije en treksterke materiaal voor draden en kabels. De stekkers waren voor die tijd revolutionair maar lijken nu belachelijk.

Siebe Gorman Mark 7 duikertelefoon. 1960

Een oerdegelijk en veel gebruikte luidsprekende telefoon voor helmduikers. De telefoon zit in een gegoten aluminium bak met waterdicht deksel, nauwelijks kapot te krijgen en is drijvend. Kan gebruikt worden door twee duikers tegelijkertijd, voor onderlinge communicatie, en voor contact met boven water. De verbinding tussen de duikers werd met een schakelaar van boven, of via een kincontact in de helm, onderwater tot stand worden gebracht. De man boven kon meeluisteren en onderbreken.

Het P-long. 1960

P staat voor poort, dat betekent haven. Deze set werd destijds gemaakt door de firma Dunlop. Het was bedoeld voor de toenmalige kikvorstmannen in dienst bij de Marine’s in de Westerse wereld. Deze doken met zuivere zuurstof en hergebruikten hun eigen uitgeademende zuurstof.

Het SDDE. Begin jaren 60

Dit is een set met 2 flesjes van 4 liter perslucht en een draagsamenstel en een soort envelop voorop de borst gevuld met 10 plakken lood, die af te werpen zijn. Dit is een umbilical gevoerd duikset, volgelaatsmasker met 2 slangsautomaat en de dubbel 4 op de rug, enkel bedoeld als bail-out. Dit setje werd veel gedragen bij de Engelse marine voor werkzaamheden onder schepen, onderzeeboten, etc. De maker van dit setje is de firma Avon in Engeland.

De DS I set. Begin jaren 60

De DS I set, (Dive Save 1) is een set bestaande uit 3 x 5 liter flesjes. Ze zijn onderling aan elkaar gekoppeld via een buis. Tussen fles 1 en fles 2 zit aan deze buis het eitje van LoosCo bevestigd. Met een lange en korte slang wordt het asymmetrische van het set weer opheven. Het set is voorzien van twee stalen beugels die over de schouders gedragen wordt, waaraan bevestigd per beugel 1 blok lood van 4 kilogram. Deze zijn d.m.v. een splitpen en speersysteem weer af te werkpen. Om dit negatiefdrijfvermogen weer op te heffen heeft de maker aan de achterzijde twee drijvers gemonteerd. Als de loodblokken afgeworpen worden krijgt men een positief drijfvermogen.
De draagbeugels van deze set zijn dusdanig massief uitgevoerd dat als de duiker op een of andere wijze zou springen of ten val komen, hij beide sleutelbeenderen gebroken zou hebben. Dit is verschillende malen gebeurd.

Een leuke anekdote is overigens dat de loden blokken op de voorzijde te vaak werden afgeworpen bij de marine en dit kostte teveel lood. Wat deed men nu, men bond een touw van een meter aan de loodblokken, zodat de duiker ze bij afgooien snel kon terug vinden. Alleen in een noodsituatie moest het water niet dieper zijn dan een meter. Maar het lood kon wel weer geborgen worden. Deze set werd overigens gebruikt in combinatie met volgelaatsmasker.

Ontwikkeling
De DS serie is in 1955 ontwikkeld door Jan van Buuren, dit was voor hem (en later zijn zoon) een soort levenswerk. Op basis van de praktijkervaringen met de apparatuur is er geoptimaliseerd, medewerkers van de firma LoosCo uit Amsterdam Noord kwam regelmatig in zijn eigen labaratorium voor verdere experimenten en duurproeven. Jan van Buuren en zijn zoon waren zeer gespannen toen het apparaat werd beproefd door Luit. Huiskes en zijn mannen van de Kon. Marine.

van

tot

NEMBA

NEMBA, NEherlands Mixed gas Beathing Apparatus. Begin jaren 70
Speciaal bestemd voor de KM en ontwikkeld door de Marine, waarna het vervaardigd werd door de firma Siebe Gorman. Het toestel is non-magnetisch en non-akoestisch. Het set is gemaakt voor de duiken op mijnen in havens, zeegaten, buitenhaven en uiteraard ook op zee. Het ademhalingssysteem is van een semi-gesloten type. Voordelen van het toepassen zijn; gemakkelijk onderhoud, optimale werktijd bij het gekozen mengsel, lage ademweerstand en duikmedisch veilig. Totale gewicht boven water gebruiksgereed is 37 kilo. Onderwater ongeveer 4 kilo. Het is een nitroxset voor het mengsel B60/40%, C 40/60% en D32,5/67,5%. Het set heeft een zeer stugge in- en uitademingsslang, waardoor als de duiker naar rechts of naar links wilde kijken, het masker recht vooruit bleef staan.

Duiker met perslucht duiktoestel

type Loos & Co DS II. Eind jaren 70

Deze set werd voornamelijk gebruikt bij de KM eind jaren 70, begin jaren 80. Het bestaat uit twee drukhouders van 8 liter met een ingebouwde reduceerventiel, vervaardigd door Jan van Buuren. De lucht werd in twee trappen gereduceerd en bij de KM noemde men de tweede trap ademhalingsautomaat. In de eerste trap, bij de KM reduceerventiel genoemd, zit ingebouwd reserve inrichting. Het bijbehorende masker kon alleen gebruikt worden in combinatie met een neusklem. Op de foto ziet u een duiker P-laarzen dragen. Dit zijn laarzen waarin verschillende loodzooltjes gelegd kon worden, zodat men stevig over de bodem kon wandelen. Bijv. bij het zoeken naar voorwerpen die buitenboord zijn gevallen.

 

Kon. Landmacht Constant Volume (CV) pak, Drager & Viking. Jaren ’79 – ’99 

diepduiker SVG 200 B met IDA – 72 SCCR 200m. Jaren ’70-’80

Nederlandse Marinier Kikvorsman LAR III (3), Drager. Jaren ’75 – ’82 

Russische gevechtsduiker IDA – 71 CCR, O2 20m, nitrox 40m. Jaren ’70-’80

 

Offshore duiker, Kirby Morgan SuperLite 17a, DSI. Jaren ’80 – ’90 

CDBA Clearance Divers Breathing Apparatus, Avon. Jaren ’70 – ’00

van

tot

heden

Nederlandse Sportduikster, Mares 2004 

TEC Sportduiker > 80m, O2, nitrox en helium, diverse fabrikanten 2000 – 2004