DUIKMUSEUM LEMMER

Russische drieboutshelm. 1960
Russische drieboutshelm met telefoonaansluiting, een bovenbeugel, en voorzien van een lasglas, 1960. De ontlastklep aan de rechter achterzijde was niet in te stellen. Dus de duiker was afhankelijk van zijn drijfvermogen, bepaald door degene die boven aan de pomp stond.

Russisch standaardpak UVS 50 M ±1960

Russisch standaardpak UVS 50 M

De werking van dit Russische standaardpak, is gelijk aan die van Siebe Gorman. Voor- en achterloden, loodschoenen en een eenvoudig in te stellen ontlastklep. De helm en de aansluiting op het pak op zijn iets anders. De Russen hebben zich overigens net als alle duitse fabrikanten laten inspireren door de franse Denayrouze helmen, dat waren namelijk de eerste driebouts helmen. De duitse firma 'Ludwig von Bremen', (later Hagenuk genoemd) kregen een licentie van Denayrouze waarmee ze de helmen mochten bouwen. De Russen doken ook met Denayrouze helmen en zijn die (voor zover wij weten zonder licentie) rond 1900 ook gaan nabouwen. Later is de vorm van de helmen een beetje verandert, de bol is nogal Siebe Gorman achtig geworden, deze uitvoering van de russische helm (zoals u op foto kunt zien) is tijdens de tweede wereldoorlog ontstaan en wordt nogsteeds gebouwd.
Om het pak aan te trekken, moet de duiker zich door de nauwe halsopening wurmen. Om deze wijder open te trekken heb je een speciaal apparaat op perslucht nodig, of… 3 á 4 helpers. Als de duiker in het pak zit, en het corselet om heeft, moet de rubber kraag door de nekopening worden getrokken. Met drie bouten wordt dan de helm, met de kraag ertussen, vastgeschroefd en waterdicht afgeklemd. De beugel aan de bovenzijde is handig om de helm mee op te pakken. Of je er een complete duiker veilig mee kan ophijsen, moet worden betwijfeld. Voor het uiterlijk hadden de Russen weinig interesse.

Siebe Gorman 6 bouts helm. 1960

Siebe Gorman 6 bouts helm

In gebruik geweest bij de Koninklijke Marine. Het bijzondere aan deze helm zijn de veranderingen die de Kon. Marine heeft laten aanbrengen. Toegevoegd zijn het bovenglas in de helm en een luchtborstgewicht met de aansluiting op het corselet. Tevens zijn de gezamenlijke ophangpunten aan de voorkant van het corselet, voor het voor- en achterlood, vervangen door vier ogen. Deze dienen, om de van musketon haken voorziene loden, aan op te hangen. Aan de voorzijde zitten twee lijnen waarmee de luchtslang en of telefoonlijn kan worden opgebonden. Aan de achterkant van de helm zien we een palletje dat na het vastdraaien van de helm tussen twee nokjes op het corselet moet vallen. Dit is de positie waarbij schroefdraad van helm en corselet optimaal wordt benut. Tevens moet men in deze stand de helm zwaar over de lederen pakking heen draaien. Door de helm iets terug te draaien valt de pal in de linker uitsparing en is dan geborgd. Aan de zijkant van de helm zitten twee haken die bedoeld zijn om er de touwtjes van het achterlood over heen te hangen. Hierdoor was dan de helm geborgd tegen losdraaien. Ook had de duiker door dit systeem de mogelijkheid zelf zijn loden af te gooien of door te snijden zodat hij vanzelf opdreef ook als de luchttoevoer was gestopt. Door het gebruik van vier ogen op het corselet konden beide mogelijkheden niet meer toegepast worden.
Luchtborstgewicht Luchtborstgewicht
In plaats daarvan kwam het luchtborstgewicht. Deze geeft de duiker de mogelijkheid zich op te blazen bij problemen met de luchttoevoer van boven af. Het luchtborstgewicht is een zeer klein, met 200 atm. lucht gevuld, dubbelsetje (1,2L.). De flesjes zijn geplaatst in een zware gietijzeren huls om het gemis van het voorlood te compenseren. Op het corselet zit een aansluitnippel met terugslagklepje. Het luchtborstgewicht werd door de Fa. Drager geleverd en de aansluitnippel door Siebe Gorman. Bij de civiele duikers was het luchtborstgewicht niet populair. Door de omvang ervan, werd de duiker n.l. gehinderd, tijdens zijn werkzaamheden.
Kraagkussen Kraagkussen
Door een ervaren ploeg helpers kan een helmduiker in enkele minuten aan of uitgekleed worden. De bedoeling moet zijn dat de duiker zolang hij boven water is zo kort mogelijk hinder heeft van loodzware duikuitrusting. Bij een minder goede ploeg, of als er veel korte duiken gemaakt moeten worden, krijgen de schouders van de duiker het zwaar te verduren. In een dergelijke situatie kan de duiker gebruik maken van een soort ringkussentje. Eenmaal onder water, mits goed getrimt, voelt de duiker de helm niet meer.
Het standaard duikpak
Voordat men rubber kon toepassen was het niet mogelijk een duiker waterdicht te verpakken zodanig dat hij ook nog werk kon doen onder water. De eerste goede pakken werden gemaakt van twee lagen twill (soort canvas weefsel) met daartussen natuurrubber. Het pak heeft een dubbele kraag. De buitenkraag is van gevulkaniseerde natuurrubber en sluit aan op het corselet en de daarop gemonteerde bouten. De binnenkraag, van hetzelfde materiaal als het pak, houdt het eventuele lekwater uit de helm weg van de kleding van de duiker. De manchetten, ook van natuurrubber, moeten nauwkeurig om de pols van de duiker passen.
Luchtslangen
De luchtslangen zijn zowel in drijvend (rood) als in zinkende (zwart) uitvoering gemaakt. De slangen werden handmatig gemaakt in lengtes van 15m.
Telefoonlijn Telefoonlijn
Ook de telefoonkabels werden handmatig gevulkaniseerd ze waren voorzien van vier draden en een fosforbronzen kern. Deze kern had voldoende treksterkte om een duiker uit het water te kunnen tillen. Fosforbrons was indertijd het enige roestvrije en treksterke materiaal voor draden en kabels. De stekkers waren voor die tijd revolutionair maar lijken nu belachelijk.

 

 

Siebe Gorman Mark 7 duikertelefoon. ±1960

Duikertelefoon mark VII

Een oerdegelijk en veel gebruikte luidsprekende telefoon voor helmduikers. De telefoon zit in een gegoten aluminium bak met waterdicht deksel, nauwelijks kapot te krijgen en is drijvend. Kan gebruikt worden door twee duikers tegelijkertijd, voor onderlinge communicatie, en voor contact met boven water. De verbinding tussen de duikers werd met een schakelaar van boven, of via een kincontact in de helm, onderwater tot stand worden gebracht. De man boven kon meeluisteren en onderbreken.

Het P-long. ±1960

Het P-long

P staat voor poort, dat betekent haven. Deze set werd destijds gemaakt door de firma Dunlop. Het was bedoeld voor de toenmalige kikvorstmannen in dienst bij de Marine’s in de Westerse wereld. Deze doken met zuivere zuurstof en hergebruikten hun eigen uitgeademende zuurstof.

Het SDDE. Begin jaren 60

Het SDDE

Dit is een set met 2 flesjes van 4 liter perslucht en een draagsamenstel en een soort envelop voorop de borst gevuld met 10 plakken lood, die af te werpen zijn. Dit is een umbilical gevoerd duikset, volgelaatsmasker met 2 slangsautomaat en de dubbel 4 op de rug, enkel bedoeld als bail-out. Dit setje werd veel gedragen bij de Engelse marine voor werkzaamheden onder schepen, onderzeeboten, etc. De maker van dit setje is de firma Avon in Engeland.

De DS I set. Begin jaren 60

De DS I set

De DS I set, (Dive Save 1) is een set bestaande uit 3 x 5 liter flesjes. Ze zijn onderling aan elkaar gekoppeld via een buis. Tussen fles 1 en fles 2 zit aan deze buis het eitje van LoosCo bevestigd. Met een lange en korte slang wordt het asymmetrische van het set weer opheven. Het set is voorzien van twee stalen beugels die over de schouders gedragen wordt, waaraan bevestigd per beugel 1 blok lood van ± 4 kilogram. Deze zijn d.m.v. een splitpen en speersysteem weer af te werkpen. Om dit negatiefdrijfvermogen weer op te heffen heeft de maker aan de achterzijde twee drijvers gemonteerd. Als de loodblokken afgeworpen worden krijgt men een positief drijfvermogen.
De draagbeugels van deze set zijn dusdanig massief uitgevoerd dat als de duiker op één of andere wijze zou springen of ten val komen, hij beide sleutelbeenderen gebroken zou hebben. Dit is verschillende malen gebeurd.
Een leuke anekdote is overigens dat de loden blokken op de voorzijde te vaak werden afgeworpen bij de marine en dit kostte teveel lood. Wat deed men nu, men bond een touw van een meter aan de loodblokken, zodat de duiker ze bij afgooien snel kon terug vinden. Alleen in een noodsituatie moest het water niet dieper zijn dan een meter. Maar het lood kon wel weer geborgen worden. Deze set werd overigens gebruikt in combinatie met volgelaatsmasker.
Ontwikkeling
De DS serie is in 1955 ontwikkeld door Jan van Buuren, dit was voor hem (en later zijn zoon) een soort levenswerk. Op basis van de praktijkervaringen met de apparatuur is er geoptimaliseerd, medewerkers van de firma LoosCo uit Amsterdam Noord kwam regelmatig in zijn eigen labaratorium voor verdere experimenten en duurproeven. Jan van Buuren en zijn zoon waren zeer gespannen toen het apparaat werd beproefd door Luit. Huiskes en zijn mannen van de Kon. Marine.