DUIKMUSEUM LEMMER

Siebe Gorman twee-cillinder dubbelwerkende roterende handpomp

Siebe Gorman twee-cillinder dubbelwerkende roterende handpomp 1920
Aan de pomp zitten twee loodzware gietijzeren vliegwielen met een lange handspaak. De pomp is geschikt voor twee duikers tegelijkertijd op verschillende dieptes tot 15 m, of n duiker tot 30 meter. De bewegende delen moeten regelmatig handmatig gesmeerd worden. De zuigers zelf worden spaarzaam gesmeerd met glycerine of dergelijke om te voorkomen dat de rubberen luchtslang wordt aangetast. Bij gebruik door n duiker word de linkeraansluiting gebruikt. Voor werk op geringe diepte kan een n cilinder worden uitgeschakeld (gepatenteerd systeem). Twee mensen om te draaien zijn dan wel voldoende.
De zware vliegwielen ong. 70kg. zorgen voor een constante snelheid ook als een van de draaiers even wat minder kracht zet. Het gewicht van de duiker is immers afhankelijk van de hoeveelheid toegevoerde lucht. Bij diepere duiken wordt de tweede cilinder ingeschakeld. Het kan dan noodzakelijk zijn om met zes man tegelijk te draaien. Als het lang duurt moeten deze ook afgelost kunnen worden, even stoppen is natuurlijk niet mogelijk.
Er ontstaat aardig wat warmte in de cilinders. Deze moeten dan gekoeld worden omdat er anders volumeverlies ontstaat. Dit wordt gedaan door middel van waterbakken die rond de cilinders zijn gebouwd. De vier ringen aan de pompkist worden gebruikt om de pomp te sjorren tijdens het gebruik. Als er een paar man aan de wielen staan te draaien gaat anders de hele pomp over het dek 'wandelen'.
Met enige ervaring kun je op de ingebouwde meters nauwkeurig zien hoe diep de duiker zit. Bij de pomp horen tabellen, waarop te zien is, hoeveel omwentelingen per minuut er nodig zijn om de lucht voor de duiker voldoende vers te houden. Door de oerdegelijke en eenvoudige constructie is een dergelijke pomp na stilstand van jaren nog goed te gebruiken.

Twee duiker communicatietelefoon in houten kist

Telefoon voor twee duikers (Brits marine model). 1920
Al voor de 19e eeuw was er behoefte aan communicatie met de duiker onder water. Vooral op grotere dieptes en met bergingswerk, waren de lijnsignalen niet meer voldoende. Een korte tijd werd nog gewerkt met een soort rubberen spreekbuis maar de duiker werd er teveel door gehinderd. De uitvinding van de telefonie bracht een nieuwe mogelijkheid. De elektrotechniek stond nog in de kinderschoenen. Het elektronisch versterken nog niet was uitgevonden. Daarbij maakte het lawaai van de luchttoevoer in de helm de verstaanbaarheid niet eenvoudig. Op dit punt waren er diverse persoonlijke voorkeuren zoals;

De stekkers aan de helm en telefoontoestel lijken absurd groot (vooral als je ze openmaakt), maar voor die tijd was het een enorme prestatie. Door het hoge stroomverbruik van dit toestel waren de batterijen van toen niet toerijkend genoeg om voortdurend contact te houden. Als iemand iets wilde zeggen moest er eerst verbinding gemaakt worden. Als een duiker iets wilde zeggen drukte hij op het kincontact in de helm. Voor de ene duiker ging er dan boven een zoemer en voor de andere een bel. De duikerhelper boven kon dan verbinding maken. Hij kon ook beide duikers met elkaar verbinden. Het was mogelijk de gesprekken op een aparte lijn zetten zodat alleen hij kon meeluisteren.
De communicatieset is verpakt in een teakhouten kistje.

Het standaardpak. Siebe Gorman 12 bolts helmet

Het standaardpak van Siebe Gorman met 12 bouts helm. 1940
Dit soort duikpakken waren een doorbraak in de duikwereld. Op n eenvoudige manier kan een duiker aangekleed worden, en vrijwel onbeperkt onder water blijven. Temperatuur en luchtvoorziening worden hiermee beheersbaar. Door de uitgekiende gewichtsverdeling van de uitrusting, kan n duiker bijna normaal over de bodem lopen en zijn werk doen. Zijn gewicht kan hij binnen ruime marge zelf regelen Hij kan zich ook zwevend of drijvend trimmen, zodat er bijv. aan een scheepsschroef gewerkt kan worden.
Helm
De inlaatklep
De inlaat aan de helm is voorzien van een nauwkeurig sluitende terugslagklep. Wanneer deze klep ontbreekt of niet goed werkt, wordt de duiker in zijn helm geperst, als bijvoorbeeld de luchtslangkoppeling bij de pomp loswerkt. Al op een geringe diepte is dit fataal.
De uitlaatklep
Met het kartelwieltje aan de buitenkant kan de duiker de luchtdruk in zijn pak instellen, en daarmee het drijfvermogen. In de helm, bij het rechteroor, zit een soort messing paddestoel. Als de duiker extra lucht kwijt wil (zwaarder worden), maar zijn handen vol heeft, kan hij daarmee de klep opendrukken. In het midden van het kartelwieltje aan de buitenkant steekt de klep-as iets uit. Als de duiker tijdens het telefoneren het geluid van de ontsnappende lucht wil stoppen, drukt hij hiermee de klep dicht. Ook bij 'vrij opkomen' wordt dit gebruikt. Rond de klep is een soort kamertje gesoldeerd, waarin het eventuele lekwater wordt verzameld, en bij de eerstvolgende ontlasting naar buiten geblazen. Het gebruiksgemak van deze uitrusting wordt voor een groot deel bepaald door het juiste gebruik van deze klep.
Voorkraantje, Meestal 'spuwkraantje' genoemd.
In principe bedoelt om een mondvol water op te zuigen, en dat tegen een beslagen glas te spugen. Alleen een duiker met een lange nek, kan er met zijn mond bij komen. Voor onderzoek werden via dit kraantje luchtmonsters genomen. In de praktijk werd dit kraantje nauwelijks gebruikt.

Onderzeeboot-ontsnappingsset

Onderzeeboot-ontsnappingsset. 1940
Amerikaans type gebasseerd op het rebreath systeem.

Drger rookrebreather.

Drger rookrebreather. 1950
Het allereerste rebreatherprincipe (rebreather=herademen). Deze werd gemaakt voor brandweerlieden om zich in rokerige ruimtes te verplaatsen. Er is ook een speciale versie voor onderwater. Het is wederom een herademingssysteem met zuivere zuurstof. Het systeem bestaat uit een volgelaatsmasker, een in- en uitademende slang, een contralong met een hoge- en lagedruk reduceer en een CO-2 absorptiebus, uiteraard ook een zuurstofflesje.

Siebe Gorman 6 bouts burger uitvoering

6 Bouts standaard pak van Siebe Gorman. 1955
Deze helm is in gebruik geweest bij de firma Goedkoop te Amsterdam, die toentertijd 6 van deze uitrustingen in gebruik had. Het 'standaardpak' zoals dit pak in de volksmond wordt genoemd, heeft de volgende onderdelen:

Er zijn helmen gemaakt van 0 tot en met 12 bouten.
De zes bouts uitvoering, was het meest succesvol; hij werd wereldwijd gebruikt en nagemaakt. Deze uitrusting maakte het mogelijk een duiker, in enkele minuten, veilig droog en comfortabel onder water te krijgen. Door de slimme en toch eenvoudige constructie,kan de duiker zelf het onderhoud en reparatie doen, eventueel met behulp van een lokale koperslager. Boven water is het standaardpak niet zo mobiel en inzetbaar als een moderne uitrusting, maar eenmaal op de bodem zou een geoefende duiker er nog prima zijn werk mee kunnen verrichten.

Slangverzorgde duiker

Slangverzorgde duiker, Dreager. Jaren '50 - '74

GKS 3 M

GKS 3 M, Russische 3 bouts helium-helm. '55 - '82

Engels Standaardpak 6 bouts

Engels Standaardpak 6 bouts met luchtborstgewicht, Siebe Gorman & Co LTD. '50 '70

Slangverzorgde duiker

Engels Standaardpak 12 bouts, Siebe Gorman & Co LTD. '40 - '70